Verhaal van Zoë

Van de kappersopleiding naar de zorg. Dat Zoë in de zorg terecht zou komen, was misschien niet direct vanzelfsprekend. Ze rondde eerst de kappersopleiding op niveau 3 af, maar besloot daarna toch een andere richting op te gaan. “De rest van mijn familie zit ook in de zorg en ik wilde het ook proberen.”

Zoë Kraaijeveld

Helpende Plus en Verzorgende IG in opleiding

Ze begon zonder zorgdiploma als zorgassistent en volgde daarna de opleiding tot Helpende Plus. Daarmee kreeg ze steeds meer verantwoordelijkheden, zoals het geven van medicatie en het ondersteunen bij de persoonlijke verzorging.
Na twee jaar bij een andere zorgorganisatie kwam Zoë bij Stichting Eykenburg terecht. Haar moeder werkte hier al en zo maakte ook Zoë kennis met de organisatie en de bewoners.

 

 

 

Versneld verder leren

Eenmaal bij Eykenburg besloot Zoë al snel dat ze verder wilde leren. Inmiddels volgt ze via Eykenburg de versnelde opleiding tot Verzorgende IG bij mboRijnland. Eén dag per week gaat ze naar school en de rest leert ze in de praktijk.

“Normaal duurt de opleiding drie jaar en ik doe hem nu in anderhalf jaar. Ik ben ongeveer een half jaar bezig.” Haar doel is duidelijk: eerst haar diploma halen en daarna misschien nog verder doorgroeien. Het liefst blijft ze dat bij Eykenburg doen. “Ik heb het hier naar mijn zin.”

Een huiselijke sfeer

Wat Zoë vooral fijn vindt aan haar werk, is de sfeer op de afdeling. “De bewoners zijn superleuk en lief. Je kunt met ze praten, zitten en lachen. Het is hier heel huiselijk.”

Doordat er voldoende collega's op de werkvloer staan, is er volgens Zoë ook ruimte om echt iets met bewoners te ondernemen. “We zijn bijvoorbeeld met een paar bewoners een ijsje gaan halen. En ’s avonds zitten we vaak gezellig met elkaar in de huiskamer. Muziek aan, koffie erbij en soms wordt er gedanst.”

Juist die momenten maken dat ze met plezier naar haar werk gaat. “Ik vind het echt niet vervelend om hier te komen. We kunnen met z’n allen lachen en het is eigenlijk altijd gezellig.”

Tijd en geduld maken het verschil

Niet iedere bewoner kan even makkelijk vertellen wat hij of zij nodig heeft. Zoë vertelt over een meneer met vergevorderde dementie. “Hij begrijpt vaak niet goed wat je zegt en omkleden vindt hij bijvoorbeeld moeilijk. Maar als je de tijd neemt, rustig blijft en geduld hebt, dan lukt het wel. Daarna is hij blij en krijg je soms een kus op je wang. Daar word je zelf ook weer blij van.”

Volgens Zoë zijn inlevingsvermogen en rust dan ook belangrijk in haar werk. “Je moet je kunnen inleven in een ander. Een beetje humor helpt ook, maar veel bewoners vinden het vooral fijn als je een rustige uitstraling hebt.”

Een glimlach door de katten

Ook de katten die bij Eykenburg op Bloemenhof 3 rondlopen, dragen bij aan die huiselijke sfeer. Niet iedere bewoner heeft er evenveel mee, maar Zoë ziet hoeveel plezier sommige bewoners eraan beleven.

“Sommige bewoners zoeken de katten echt op. Soms gaat een kat bij iemand op de kamer liggen en dat vinden ze heel fijn. Zodra er eentje binnenkomt, zie je bij sommige bewoners meteen een glimlach. Het heeft ook iets kalmerends.”

Voor Zoë zijn het precies die kleine dingen die haar werk leuk maken: samen lachen, even naar buiten, muziek aan in de huiskamer of zien dat een bewoner geniet.

 

 

 

Eerst zelf ervaren

Zelf twijfelde Zoë in het begin ook of werken bij Eykenburg bij haar zou passen. Daarom besloot ze eerst vrijblijvend een dag mee te lopen. Dat gaf uiteindelijk de doorslag.

Haar advies aan anderen die twijfelen over werken in de ouderenzorg is dan ook simpel: “Kom het eerst eens zien voordat je oordeelt. Ik ben zelf ook gewoon een dag mee gaan lopen om te kijken of het bij me paste. En daar heb ik geen moment spijt van gehad.”